Keurmerk

Het Keurmerk is erkent en uitgegeven door de Judo Bond Nederland.

 

 

Handleiding tegen

Sexuele intimidatie

 

Venray, 22 april 2015.

 

Handboek tegen seksuele intimidatie

Inleiding

Als bestuurder wil je de zaken binnen je club goed op orde hebben. De zorg voor een veilige omgeving is daarin essentieel. Je wilt ten slotte een situatie scheppen waarin budoka’s kunnen groeien en bloeien. Maatregelen nemen om Seksuele Intimidatie te voorkomen hoort daarbij. Net als voorbereid zijn om adequaat om te gaan met de gevolgen, als het toch gebeurt.

Jaarlijks komen verschillende zaken van Seksuele Intimidatie voor in de sport. Sommige zaken blijven alleen in een kleine kring van direct betrokkenen bekend. Echter steeds vaker is er een risico op publiciteit voor het slachtoffer en/of de stichting Sportinstituut Verhagen, het bestuur van Sportinstituut Verhagen en de sportbond Judo Bond Nederland JBN en de sport in het algemeen. Het heeft vaak ingrijpende gevolgen voor zowel de slachtoffers als de sport omgeving. Voor de sport geldt dat we iedere zaak van Seksuele Intimidatie er een teveel vinden. De clubs moeten alle mogelijke maatregelen om Seksuele Intimidatie te voorkomen gebruiken.

De afgelopen jaren zijn er verschillende incidenten in de sport, het vrijwilligerswerk (kindervakantiekampen) en de kinderopvang in het nieuws geweest. Hieruit blijkt dat Seksuele Intimidatie een maatschappelijk probleem is en dat we met elkaar moeten optrekken om het te voorkomen. NOC*NSF merkt uit toenemende adviesaanvragen dat zowel de preventie als de repressie van Seksuele Intimidatie, of wel het organiseren van een sociaal veilige sportomgeving, bij steeds meer sportbonden en clubs hoog op de agenda staat. Ook de JBN is zeer actief in het stimuleren van clubs om een preventief beleid tegen Seksuele Intimidatie op te zetten en wil daarbij graag ondersteunen.

Alle reden dus om aanvullende maatregelen te nemen om Seksuele Intimidatie zoveel mogelijk te voorkomen. De afgelopen jaren is er naast deze toolkit een aantal instrumenten ontwikkeld en ingevoerd op het gebied van preventie en repressie van Seksuele Intimidatie:

– Instellen van een Vertrouwenscontactpersoon (VCP)

– Opleidingsmodule Seksuele Intimidatie

– Voorlichtingsmateriaal en advies

– Verklaring Omtrent Gedrag (VOG)

– Meldpunt Seksuele Intimidatie en de vertrouwenspersonen

– Het registratiesysteem plegers van Seksuele Intimidatie

Deze handleiding is opgebouwd als stappenplan dat kan helpen beleid te ontwikkelen. In paragraaf 2 staan de stappen aan die kunnen helpen om een geval van Seksuele Intimidatie zoveel mogelijk te voorkomen. Van elke stap is een subparagraaf gemaakt. In paragraaf 3 wordt beschreven hoe te handelen, indien een (mogelijk) geval van Seksuele Intimidatie zich voordoet.

De JBN heeft zelf een Vertrouwenscontactpersoon, deze persoon is het eerste aanspreekpunt voor iedereen die te maken heeft met seksuele intimidatie of ander ongewenst gedrag en hier met iemand over wil praten. De VCP is beschikbaar voor iedereen die opmerkingen of vragen heeft over Seksuele Intimidatie of die over een concreet incident in gesprek wil met de JBN. De VCP is er voor sporters, ouders van sporters, toeschouwers, kaderleden, vrijwilligers/medewerkers en bestuur.

De VCP kan u ook doorverwijzen naar NOC*NSF vertrouwenspersonen. Zie de pagina op de JBN website: http://www.jbn.nl/organisatie/seksuele+intimidatie. Sportinstituut Verhagen heeft een eigen VCP aangesteld die met de VCP van de JBN kan corresponderen over de uitvoering van de taken.

 

Preventie

Er is een stappenplan ontwikkeld om clubs te ondersteunen in het creëren van een sociaal veilige sportomgeving. De volgende stappen kunnen genomen worden:

  1. Zet het onderwerp binnen de club op de agenda
  2. Maak een risicoanalyse
  3. Maak samen met de leden omgangsregels
  4. Besteed aandacht aan de gedragsregels voor begeleiders in de club
  5. Stel een Vertrouwenscontactpersoon (VCP) aan
  6. Bepaal hoe om te gaan met aanstellingen van vrijwilligers en medewerkers
  7. Informeer alle betrokkenen over het beleid

Om je te helpen bij de beleidsontwikkeling organiseert de JBN themabijeenkomsten over het thema Seksuele Intimidatie of breder een veilige sportomgeving. Daarnaast kan een consulent je begeleiden bij het doorlopen van dit stappenplan. Informeer bij de JBN of en zo ja welke mogelijkheden hiervoor zijn. Op de volgende pagina’s wordt dit stappenplan nader uitgewerkt.

 

Stap 1 Zet het onderwerp binnen de club op de  agenda

Stap 1 gaat om bewustwording: seksueel misbruik kan ook in jouw club plaatsvinden.

Als bestuur heb je de taak om de kans hierop zo klein mogelijk te maken. Daarom is het belangrijk het onderwerp op de agenda te zetten.

Bestuursverantwoordelijkheid

Misbruik kan helaas nooit 100% voorkomen worden, maar een bestuur van een club moet alles in het werk stellen om te zorgen, dat de kans op een geval van Seksuele Intimidatie zo klein mogelijk is. Daarom is het van belang dat het bestuur beleid maakt dat daarop is gericht. Maak daarom seksuele intimidatie bespreekbaar binnen de club en zet het op de agenda: – in het bestuur – tijdens een thema-avond met vrijwilligers en medewerkers – tijdens de Algemene Ledenvergadering – tijdens een themabijeenkomst voor ouders, jeugd en andere betrokkenen – door het goede voorbeeld te geven en mensen in en om de club aan te spreken op hun gedrag – door een risico analyse (zie stap 2 en bijlage 1 en 2) uit te voeren

Een paar tips:

– Belangrijk is om na te denken of je het specifiek als Seksuele Intimidatie agendeert of breder insteekt als sociaal veilige sportomgeving.

– Zorg dat je geen eenling blijft die met dit thema aan de slag gaat, maar formeer een projectgroep voor een groter bereik en draagvlak.

– Bekijk of je dit als club samen met omliggende clubs kunt en wilt oppakken. Voordeel is dat je kennis en energie bundelt. Nadeel is dat dit mogelijk niet snel genoeg gaat.

– Wanneer je als bestuur besluit actief beleid te voeren op dit thema, dan kun je besluiten de intentieverklaring te ondertekenen (zie bijlage 4). Deze ondertekening kan benut worden om een moment te creëren om de aandacht op dit thema te vestigen.

– Het is belangrijk om het ingevoerde beleid structureel te evalueren.

Bij de evaluatie kunnen de volgende vragen gebruikt worden:

– Hoe ervaren de betrokkenen (VCP, kader, leden en/of hun ouders) de uitvoering van het beleid Seksuele Intimidatie?

– Wat is goed verlopen en wat is niet zo goed verlopen?

– Houdt iedereen zich ook na een jaar nog aan de afspraken of worden zij regelmatig geschonden?

– Waar vinden betrokkenen (VCP, kader, leden en/of hun ouders) dat het opgestelde beleid

bijgesteld of aangescherpt kan worden?

– Heb je de afspraken naar jouw mening duidelijk genoeg gecommuniceerd en welke communicatie blijft structureel nodig?

Om je als bestuurder te helpen met de uitvoering van stap 1 zijn er op de volgende pagina’s vier rollen voor bestuurders op een rij gezet, met per rol een voorbeeld van een situatie en mogelijke reactie.

 

De beleids- en procesrol: Seksuele Intimidatie als intrinsiek onderdeel van beleid

Situatie Als bestuurslid ben je verantwoordelijk voor het kader van je club. Je bent op zoek naar een nieuwe trainer. Er is maar één kandidaat: een vrijgezelle man van 51 zonder kinderen. Hij lijkt geschikt, maar je vindt het toch enigszins vreemd dat hij – zonder dat hij ooit iets met de club te maken heeft gehad – geïnteresseerd is. Wat doe je?

Mogelijke reactie In dit geval zijn er een aantal mogelijkheden, die aanvullend dan wel afwisselend gebruikt kunnen worden.

– Je gaat met deze kandidaat een gesprek aan over zijn motivatie om trainer te worden. Hierbij vraag je specifiek door naar de reden(en) om bij deze club, deze groep te willen trainen.

– Je doet navraag bij clubs waar de kandidaat in het verleden trainer is geweest.

– Je vraagt de kandidaat een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) aan te leveren.

– Deze is aan te vragen bij de gemeente waar de kandidaat als woonachtig staat ingeschreven. Zie voor meer informatie over het aanvragen van een VOG de website van de Rijksoverheid.

– De JBN beschikt over een persoon die gemachtigd is het registratiesysteem plegers Seksuele Intimidatie te raadplegen. Je zoekt contact met de JBN en vraagt hen de kandidaat-trainer te checken via het registratiesysteem. Afhankelijk van de aanwezigheid in het registratiesysteem wordt besloten de trainer wel of niet aan te nemen.

De voorbeeldrol: persoonlijk het goede voorbeeld geven

Situatie Seksuele Intimidatie is binnen je club een taboe. Er wordt amper over gesproken en daar heb je geen goed gevoel bij. Niet dat je signalen hebt ontvangen dat er een geval van Seksuele Intimidatie is, maar toch denk je dat het beter is als er openlijk over gesproken kan worden. Wat doe je?

Mogelijke reactie Je geeft het goede voorbeeld door het onderwerp bespreekbaar te maken bij andere leden en ouders. Je geeft aan dat je vindt dat er openlijk over dit onderwerp gesproken moet worden en probeert hen te overtuigen van de noodzaak van omgang- en gedragsregels. Hierbij kun je bijvoorbeeld een van de filmpjes uit de opleidingsmodule Seksuele Intimidatie laten zien waarin de gevoeligheid en het belang van dit thema treffend verbeeld worden. Daarnaast maak je het onderwerp bespreekbaar binnen het bestuur om een gezamenlijk standpunt te bepalen.

 

De weerbaarheidsrol: problemen zorgvuldig en consistent aanpakken

Situatie: Een meerderjarige mannelijke trainer staat tijdens een feest bij de club te schuifelen met een 15-jarig meisje dat hij traint. Als bestuurslid ben je op dit feest aanwezig om toezicht te houden. Wat doe je?

Mogelijke reactie Je loopt naar de trainer toe en vraagt hem even mee te komen. Je neemt hem apart en spreekt hem aan op zijn gedrag. Je legt uit dat dit in strijd is met de gedragsregels voor begeleiders.

De voorlichters rol: Betrokkenen informeren over belang Seksuele Intimidatie – beleid

Situatie Uit de actualiteit in de media blijkt dat op een kinderdagverblijf op grote schaal kinderen seksueel zijn misbruikt. In het gehele land wordt geschokt gereageerd. Als voorzitter van een club met veel jeugdleden besef je je dat een dergelijke situatie nooit in jouw club voor mag komen.

Mogelijke reactie Je maakt van de gelegenheid gebruik om het clubbeleid rondom Seksuele Intimidatie en het creëren van een sociaal veilige sportomgeving te promoten. Dit kan door middel van bijvoorbeeld een voorlichtingsavond voor ouders, posters of een bericht op de website of het clubblad. Het clubbeleid bestaat uit het instellen van een vertrouwenscontactpersoon, een gedegen aanstellingsbeleid, het naleven van de gedragsregels voor de sport, het stimuleren van een open cultuur.

Per rol zijn uiteraard nog allerlei andere situaties mogelijk die je als bestuurder kunt tegenkomen en allerlei mogelijke reacties die je hierop kunt geven. Bovenstaand dient ter illustratie van de bestuurdersrollen.

 

Stap 2 Maak een risicoanalyse

Een belangrijke stap bij de preventie van Seksuele Intimidatie is het maken van een risicoanalyse. Bij een risicoanalyse gaat het erom te kijken wie wanneer en waar in de gelegenheid is grensoverschrijdend gedrag te vertonen en wie wanneer en waar kwetsbaar is voor seksueel misbruik. Bewustzijn van het bestuur en vrijwilligers/medewerkers en de cultuur van de club zijn daarbij ook belangrijk.

Wie vormen een risico? Mensen die direct met minderjarigen te maken hebben vormen een risico. Vaak gaat het om trainers van groepen jeugd, maar het kan ook gaan om iemand die bijv. de dojo onderhoudt. Plegers van Seksuele Intimidatie herkennen kwetsbare kinderen op afstand. Soms werken plegers jarenlang aan het opbouwen van een relatie met het kind voordat het misbruik daadwerkelijk plaatsvindt. Neem daarom ook mensen die geen directe begeleidingsfunctie hebben mee in je risicoanalyse. Houd hierbij ook rekening met kinderen met een beperking of talentvolle budoka’s die individueel getraind worden.

Welke gelegenheden vormen een risico? Gelegenheden waarbij volwassenen alleen zijn met minderjarigen vormen een risico. Wanneer er binnen de club een open cultuur is waar bespreekbaar is welk gedrag gewenst en ongewenst is, wordt het risico beperkt. Zorg hierbij dat ieder lid weet waar hij of zij terecht kan met twijfels over het eigen handelen of dat van anderen (bijvoorbeeld bij de vertrouwenscontactpersoon).

Welke locaties vormen een risico? Bepaalde locaties kunnen een risico vormen. Stel hierbij de volgende vragen: In hoeverre geeft de omgeving een potentiële pleger de gelegenheid die hij of zij nodig heeft? Zijn er veel afgesloten of afgelegen ruimten? Hoe is de accommodatie ingericht? Slapen vrijwilligers/medewerkers wel eens samen met minderjarigen in één ruimte, bijvoorbeeld bij kampactiviteiten? Het is raadzaam om de risico’s goed in beeld te brengen voor vrijwilligers/medewerkers die functies bekleden als begeleider, coach, (assistent)trainer, stagiair(e), fysiotherapeut, verzorger of wedstrijdfunctionaris.

Uitvoeren risicoanalyse Het is belangrijk dat het uitvoeren van een risicoanalyse éérst wordt besproken binnen de club. Probeer leden mee te laten denken en te betrekken bij oplossingen voor geconstateerde risicofactoren. Je kunt dit bijvoorbeeld vormgeven door geïnterviewde te vragen naar mogelijke verbeteracties.

Uitkomsten analyseren, prioriteiten stellen en concrete doelen formuleren Analyseer de resultaten van de diverse onderzoeken als bestuur of werkgroep eerst zelf. Maak de resultaten daarna pas bekend binnen de club. Bespreek ze vervolgens wel met alle betrokken partijen: medewerkers, minderjarigen én ouders, bijvoorbeeld door een thema- of informatieavond te organiseren.

 

Stap 3 Maak samen met je leden omgangsregels Binnen clubs heb je te maken met intimiteit. Bij judo, jiujitsu en aikido (hierna: judo) is er immers vaak sprake van lichamelijk contact. Het actief hanteren en uitdragen van omgangsregels helpt om overschrijding van grenzen te voorkomen.

Voorbeelden van omgangsregels Hieronder vindt u een aantal voorbeelden van omgangsregels voor alle leden. Deze kunt u gebruiken om samen met leden van uw club definitieve omgangsregels op te stellen. Het proces van onderling overleg is hierin essentieel. Denk er ook aan om de omgangsregels onder de leden van de club bekend te maken via de website.

  1.  Ik accepteer en respecteer de ander zoals hij is en discrimineer niet. Iedereen telt  mee binnen de club.
  2.  Ik houd rekening met de grenzen die de ander aangeeft.
  3.  Ik val de ander niet lastig.
  4.  Ik berokken de ander geen schade.
  5.  Ik maak op geen enkele wijze misbruik van mijn machtspositie.
  6.  Ik scheld niet en maak geen gemene grappen of opmerkingen over anderen.
  7.  Ik negeer de ander niet.
  8.  Ik doe niet mee aan pesten, uitlachen of roddelen.
  9.  Ik vecht niet, ik gebruik geen geweld, ik bedreig de ander niet, ik neem geen  wapens mee.
  10.  Ik kom niet ongewenst te dichtbij en raak de ander niet tegen zijn of haar wil aan.
  11.  Ik geef de ander geen ongewenste seksueel getinte aandacht.
  12.  Ik stel geen ongepaste vragen en maak geen ongewenste opmerkingen over  iemands persoonlijk leven of uiterlijk.
  13.  Als iemand mij hindert of lastig valt dan vraag ik hem/haar hiermee te stoppen.  Als dat niet helpt, vraag ik een ander om hulp.
  14.  Ik help anderen om zich ook aan deze afspraken te houden en spreek degene die  zich daar niet aan houdt erop aan en meldt dit zo nodig bij het bestuur.

Stap 4 Besteed aandacht aan de ‘Gedragsregels  begeleiders in de sport’

Omgangsregels kunnen gezien worden als algemene uitgangspunten voor gedrag. In de sport is de relatie tussen de trainer en de sporter erg belangrijk. Daarom heeft de georganiseerde sport gedragsregels vastgesteld. Deze gedragsregels zijn gericht op trainers/coaches/begeleiders/kaderleden (verder in de tekst begeleider genoemd) en maken deel uit van het Tuchtreglement van de JBN. De gedragsregels geven aan waar de grenzen liggen in het contact tussen begeleider en sporter.

Deze gedragsregels zijn opgesteld voor begeleiders in de sport aangezien uit cijfers blijkt dat plegers veelal begeleiders zijn en slachtoffers veelal sporter.

Het bekendmaken van de ‘Gedragsregels begeleiders in de sport’ laat zien dat een club werk maakt van het tegengaan van Seksuele Intimidatie en dat kan preventief werken. Daarbij is het belangrijk dat iedereen die betrokken is bij de club op de hoogte is van deze gedragsregels. Het is dus goed om als bestuur dit te delen met je leden/klanten via de website.

De gedragsregels vormen – aangevuld met de omgangsregels – een richtlijn voor de omgang tussen sporters en begeleiders.

Gedragsregels Deze gedragsregels zijn anders dan omgangsregels afdwingbaar. Als een of meerdere gedragsregels overtreden wordt dan kan een tuchtprocedure met tuchtrechtelijke sancties volgen vanuit de JBN. Hieronder is een overzicht gegeven van de ‘Gedragsregels begeleiders in de sport’ zoals vastgesteld binnen de georganiseerde sport:

  1.  De begeleider moet zorgen voor een omgeving en een sfeer waarbinnen de  sporter zich veilig kan voelen.
  2.  De begeleider onthoudt zich ervan de sporter te bejegenen op een wijze die de  sporter in zijn waardigheid aantast, én verder in het privé-leven van de sporter  door te dringen dan nodig is in het kader van de sportbeoefening.
  3.  De begeleider onthoudt zich van elke vorm van (machts)misbruik of Seksuele  Intimidatie tegenover de sporter.
  4.  Seksuele handelingen en seksuele relaties tussen de begeleider en de jeugdige  sporter tot zestien jaar zijn onder geen beding geoorloofd en worden beschouwd  als seksueel misbruik.
  5.  De begeleider mag de sporter niet op een zodanige wijze aanraken dat de sporter  en/of de begeleider deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of  erotisch van aard zal ervaren, zoals doorgaans het geval zal zijn bij het  doelbewust (doen) aanraken van geslachtsdelen, billen en borsten.
  6.  De begeleider onthoudt zich van (verbale) seksueel getinte intimiteiten via welk  communicatiemiddel dan ook.
  7.  De begeleider zal tijdens training(sstages), wedstrijden en reizen gereserveerd en  met respect omgaan met de sporter en met de ruimte waarin de sporter zich  bevindt, zoals de kleedkamer of de hotelkamer.

 

  1.  De begeleider heeft de plicht – voor zover in zijn vermogen ligt – de sporter te  beschermen tegen schade en (machts)misbruik als gevolg van Seksuele  Intimidatie. Daar waar bekend of geregeld is wie de belangen van de (jeugdige)  sporter behartigt, is de begeleider verplicht met deze personen of instanties  samen te werken, opdat zij hun werk goed kunnen uitoefenen.
  2.  De begeleider zal de sporter geen (im)materiële vergoedingen geven met de  kennelijke bedoeling tegenprestaties te vragen. Ook de begeleider aanvaardt geen  financiële beloning of geschenken van de sporter die in onevenredige verhouding  tot de gebruikelijke dan wel afgesproken honorering staan.
  3.  De begeleider zal er actief op toezien dat deze regels worden nageleefd door  iedereen die bij de sporter is betrokken. Indien de begeleider gedrag signaleert  dat niet in overeenstemming is met deze gedragsregels zal hij de daartoe  noodzakelijke actie(s) ondernemen.
  4.  In die gevallen waarin de gedragsregels niet (direct) voorzien, ligt het binnen de  verantwoordelijkheid van de begeleider in de geest hiervan te handelen.

(‘Gedragsregels begeleiders in de sport’ zoals vastgesteld in de Blauwdruk Tuchtreglement Seksuele Intimidatie in de AV van NOC*NSF van 15 november 2011).

Stap 5 Stel een Vertrouwenscontactpersoon (VCP) aan

Wat is een VCP?

De VCP is binnen de club het eerste aanspreekpunt voor iedereen die te maken heeft met Seksuele Intimidatie of ander ongewenst gedrag en hier met iemand over wil praten. De VCP is beschikbaar voor iedereen die opmerkingen of vragen heeft over Seksuele Intimidatie of die over een concreet incident een gesprek wil met de club. De VCP is er voor budoka’s, ouders van budoka’s, toeschouwers, kaderleden, vrijwilligers, medewerkers, bestuur, etc..

Verschil vertrouwenspersonen/vertrouwenscontactpersonen

In de praktijk blijkt dat de functies van de vertrouwenspersoon en de VCP vaak door elkaar gehaald worden. Daarom volgt hier eerst kort een uitleg van de inhoud van deze functies.

NOC*NSF beschikt over een poule van 18 vertrouwenspersonen verspreid over heel Nederland, die iedereen kan benaderen voor hulp of advies. De vertrouwenspersonen kunnen voor drie rollen ingeschakeld worden. Zij begeleiden en adviseren de melders c.q. slachtoffers of beschuldigden van seksuele intimidatie in het gehele proces, en daarnaast kan een vertrouwenspersoon ook een adviesfunctie voor een bestuur van een club hebben. Het zou dus kunnen dat bij één zaak drie vertrouwenspersonen actief zijn.

De VCP heeft een andere rol dan een eventuele Vertrouwenspersoon. De taak van de VCP is vooral een procedureel adviserende rol. De Vertrouwenspersoon speelt juist een inhoudelijk adviserende rol.

De JBN heeft een VCP aangesteld. De VCP van de JBN is beschikbaar voor aangesloten clubs en individuele leden. Mocht een club zelf een VCP hebben aangesteld dan kan de VCP van de club bij de VCP van de JBN terecht ter ondersteuning in de procedurele rol.

Wanneer een club kiest zelf een VCP aan te stellen zijn er grofweg twee manieren te onderscheiden om aan een VCP te komen: op initiatief van de club zelf (bestuur, leden) en op initiatief van een ‘externe’ betrokkene (ouder, JBN, gemeente). Als een club zelf besluit een VCP aan te stellen en geen kandidaten heeft, kan hier door middel van een advertentie op de website, in het officiële cluborgaan of een brief of e-mail naar de leden/klanten de aandacht op gevestigd worden. Als een geschikte kandidaat is gevonden, is het sterk aan te bevelen om deel te nemen aan de opleiding voor VCP van NOC*NSF. De specifieke functie van de VCP is beschreven in het functieprofiel (zie bijlage 3).

Activiteiten VCP

De VCP wordt geacht om te handelen volgens een bepaald protocol. Het protocol is te downloaden via www.nocnsf.nl/seksuele-intimidatie.

De activiteiten van een VCP zijn: 1. Eerste opvang/ aanspreekpunt 2. Doorverwijzen 3. Preventieactiviteiten

Opleiding voor vertrouwenscontactpersonen

NOC*NSF biedt een opleiding aan voor VCP. De opleiding is bedoeld voor professionals en vrijwilligers/medewerkers binnen clubs met interesse voor de functie van VCP. De club kan hen opgeven voor het volgen van de cursus.

 

Deelnemers aan de training hebben een leeftijd van minimaal 25 jaar en HBO denkniveau. Deelnemers vervullen zelf geen bestuursfunctie. De cursus duurt twee dagdelen. Tijdens deze cursus wordt aandacht besteed aan de positie die de VCP inneemt wanneer er sprake is van een klacht. Er wordt ingegaan op de adviezen en de verwijzingen die mogelijk zijn. De cursus is niet alleen theoretisch, maar ook praktisch. Zo worden er praktische gesprekstechnieken geoefend. Al met al is het een veelzijdige training waarin de verschillende kanten van het werk van de VCP worden toegelicht en geoefend. De opleiding wordt  afgesloten met een certificaat van NOC*NSF.

Alle informatie inclusief de kalender zijn te vinden op www.noc-nsf.nl. Opgeven kan bij het secretariaat Seksuele Intimidatie in de Sport. Bij voorkeur via email: sportparticipatie@noc-nsf.nl. Het kan ook telefonisch via 026-4834742 of per fax 026-4834468.

Stap 6. Bepaal hoe om te gaan met aanstellingen van  vrijwilligers en medewerkers

Het is raadzaam om nieuwe vrijwilligers/medewerkers te screenen. Zedendelinquenten herken je niet aan hun uiterlijk. Vaak zijn het heel voorkomende en aardige mensen die zich binnen korte tijd onmisbaar weten te maken. Het is bekend dat plegers van Seksuele Intimidatie situaties opzoeken waarin makkelijk contact gelegd kan worden met minderjarigen. Daarbij maken ze gebruik van de welwillendheid en het vertrouwen binnen een club. Als club heb je een aantal mogelijkheden om meer grip te krijgen op de mensen die actief zijn binnen de club.

Kennismakingsgesprek.

Indien mogelijk kun je als club een kennismakingsgesprek voeren met potentiële vrijwilligers/medewerkers. Een kennismakingsgesprek is niet onbeleefd, maar laat zien dat de organisatie de inzet van vrijwilligers/medewerkers serieus neemt. Vraag in het gesprek naar de motivatie van de vrijwilliger/medewerker om met kinderen te willen werken, naar zijn werkervaring en referenties bij vorige organisaties.

Referenties checken.

Een club kan ook de achtergronden van nieuwe vrijwilligers/werknemers controleren. Dit kan door op basis van het CV contact op te nemen met clubs uit het verleden waar de vrijwilliger/medewerker actief is geweest. Vraag hierbij naar mensen die direct met de nieuwe vrijwilliger/medewerker hebben samengewerkt en vraag bij hen na of de verkregen informatie (uit het CV of gesprek) juist is.

Verklaring Omtrent Gedrag (VOG).

Een Verklaring Omtrent Gedrag is een verklaring waarbij het Ministerie van Justitie controleert of de aanvrager strafbare feiten heeft gepleegd die een risico vormen voor de functie waarvoor de verklaring wordt aangevraagd. Zo zal iemand die ooit veroordeeld is voor ontucht met minderjarigen geen VOG krijgen voor trainer/begeleider van jeugd. Het feit dat iemand zo’n verklaring kan overleggen betekent niet dat iemand nooit met Justitie in aanraking is geweest. Een VOG is een goede mogelijkheid om meer zekerheid te verkrijgen over het verleden van een nieuwe trainer, leider of verzorger. De VOG moet door de persoon zelf worden aangevraagd. Een VOG moet samen met de kandidaat aangevraagd worden via de website van het Ministerie van Justitie en is gratis voor vrijwilligers/medewerkers die werken met jeugd. Het is dus raadzaam om deze voor iedereen binnen de club waarvoor dat van toepassing is aan te vragen.

Gedragsregels ondertekenen.

Neem in alle contracten die je als club afsluit met begeleiders de ‘Gedragsregels begeleiders in de sport’ van de georganiseerde sport op. Dit kan expliciet, maar ook door middel van een verwijzing naar het huishoudelijk reglement. Belangrijk is in ieder geval dat de ondertekenende partij kennis neemt van de gedragsregels en zich hier contractueel aan verbindt. Voor vrijwilligers ligt dit anders dan voor medewerkers: zij ondertekenen doorgaans geen contract. Om er toch voor te zorgen dat vrijwilligers op de hoogte zijn van de gedragsregels én zich hieraan houden, is het raadzaam om iedere vrijwilliger de gedragsregels te overhandigen bij de start van de werkzaamheden.

 

Bevragen registratiesysteem Seksuele Intimidatie.

De club kan het registratiesysteem Seksuele Intimidatie bevragen of de kandidaat is opgenomen in het Registratiesysteem voor plegers Seksuele Intimidatie. Dit sportbrede systeem, dat goedgekeurd is door het College Bescherming Persoonsgegevens, registreert plegers na een straf – of tuchtrechtelijke veroordeling voor een van te voren vastgestelde periode. Een aanvraag kan ingediend worden bij de gemachtigde van de JBN. Neem hiervoor contact op met de JBN.

 

Stap 7. Informeer alle betrokkenen over het beleid

Informeer iedereen die betrokken is bij je club over het beleid omtrent Seksuele Intimidatie en de preventie daarvan. Zorg dat het voltallige kader de gemaakte afspraken kent. Stel ook leden en ouders op de hoogte. Betrek ze waar mogelijk in de besluitvorming en zorg uiteindelijk voor heldere voorlichting over de noodzaak van preventief beleid.

Tips voor het bekendmaken van beleid en VCP:

  1.  Heeft de club een clubblad? Schrijf regelmatig een stukje over sociale veiligheid,  gedragsregels en de vertrouwenscontactpersoon.
  2.  Heeft de club een website? Maak je beleid en de vertrouwenscontactpersoon  hierop zichtbaar.
  3.  Organiseer een informatieavond voor ouders, kader en budoka’s.
  4.  Zorg dat de vertrouwenscontactpersoon ook per e-mail te bereiken is voor vragen  of klachten.
  5.  Besteed aandacht aan sociale veiligheid, preventie van Seksuele Intimidatie en de  vertrouwenscontactpersoon in het jaarverslag.
  6.  Hang posters op in de dojo.
  7.  Verspreid brochures binnen je club. Je kunt gebruik maken van het  informatiemateriaal van NOC*NSF, dat je kosteloos kunt opvragen.
  8.  Deel een gadget uit met de contactgegevens van de vertrouwenscontactpersoon,  bijvoorbeeld een sticker.
  9.  Maak een brievenbus waarin mensen briefjes kunnen stoppen met vragen,  gevoelens, ervaringen.
  10.  Maak gebruik van social media zoals twitter, facebook of filmpjes op youtube.

Help het is mis.

 

Op elk moment kan je als bestuur een melding of klacht over grensoverschrijdend gedrag of Seksuele Intimidatie krijgen. Soms zal het via de VCP lopen, maar het is ook mogelijk dat het je via via ter ore komt of dat een slachtoffer direct bij een bestuurslid aanklopt.

Het eerste wat je altijd moet doen is: Sta de aanmelder rustig te woord, ga niet te diep in op wat de aanmelder vertelt en probeer je tijdens het gesprek een beeld te vormen over de inhoud, aard en ernst van de situatie. Noteer alles wat opvalt en verteld wordt in feitelijke bewoordingen. Verwijs indien mogelijk door naar de VCP van je club. Wanneer deze VCP er niet is, spreek je af binnen een dag te laten weten bij wie de aanmelder terecht kan.

Neem contact op met de VCP* van de JBN om advies in te winnen. Zorg hierbij dat de anonimiteit van het slachtoffer behouden blijft. De VCP van de JBN helpt met inschatten van de situatie en het nemen van de juiste stappen.

*De VCP heeft een andere rol dan een eventuele vertrouwenspersoon. De taak van de VCP is vooral een procedureel adviserende rol. De vertrouwenspersoon speelt juist een inhoudelijk adviserende rol. Zie stap 5 voor verdere toelichting over de rol van de VCP.

Welke stappen kun je als bestuurder nemen?

Wat steeds parallel loopt in het hele traject is communicatie: Kies welke communicatie nodig is. Neem daarbij in overweging hoe breed bekend het incident is en hoeveel onrust het heeft opgeleverd. Bedenk wat er nodig is op welk moment: wie, hoe, wat, waarom en wanneer? Mogelijkheden zijn bijvoorbeeld: – Betrokkenen een brief sturen – Een bijeenkomst organiseren

Optie A) Er wordt een klacht ingediend of een melding gedaan

Wanneer een klacht/ melding ingediend gaat worden betekent het dat de melder aangeeft dat de ‘Gedragregels begeleiders in de sport’ zijn overtreden.

Hierbij wordt geadviseerd de volgende stappen te nemen:

  1. Meld het incident geanonimiseerd bij de VCP van de JBN. De VCP van de JBN helpt de situatie inschatten en helder te krijgen welke stappen genomen kunnen worden. Daarnaast kan er aandacht voor de zaak komen vanuit de media. De JBN kan ondersteunen bij het omgaan met de pers.
  2. Verwijs de melder door naar de VCP van je club als dit nog niet gebeurd is. De VCP is voor het slachtoffer aanspreekpunt en eerste opvang. Tevens adviseert de VCP over de te nemen stappen. Zorg dat de VCP het door NOC*NSF ontwikkelde protocol, registratie- en rapportageformulier gebruikt. Wanneer de VCP de VCP training van NOC*NSF heeft gevolgd dan zijn deze formulieren in zijn/haar bezit. Wanneer er geen VCP binnen de club is dan attendeer je de VCP van de JBN.
  3. Bij vermoedens van strafbare feiten is het belangrijk zo snel mogelijk een informatief gesprek met de politie te voeren.
  4. Zorg dat er 2 bestuurders/contactpersonen “eigenaar” worden van het probleem en de nodige acties uit gaan voeren. Bij voorkeur een man en een vrouw.
  5. Spreek af dat alle communicatie via deze 2 contactpersonen loopt.
  6. Zet het incident/onderwerp op de agenda van de bestuursvergadering en/of las direct een vergadering in.
  7. Houd als bestuur een logboek bij van alle gebeurtenissen
  8. Isoleer het probleem door een voorlopige zwijgplicht na een melding in acht te houden voor het bestuur, de melder en eventuele anderen die op de hoogte zijn ten opzichte van derden. Een voorlopige zwijgplicht is nodig zodat er niet meer personen bij een zaak worden betrokken dan voor een zorgvuldige behandeling noodzakelijk is. Er moet worden voorkomen dat geruchten ontstaan en iemand al bij voorbaat als schuldig wordt bestempeld. De zwijgplicht is ook belangrijk om te zorgen dat een eventuele strafrechtelijke procedure niet wordt belemmerd.
  9. Ga na of er direct bestuurlijke maatregelen genomen moeten worden om de veiligheid binnen de club te herstellen door contact op te nemen met de VCP van de JBN. Let hierbij op de hiervoor geldende procedure ten aanzien van hoor en wederhoor.
  10. Wanneer de melder een klacht of melding heeft ingediend bij de JBN, zorg dan dat je contact houdt met de melder en andere betrokkenen tot het proces bij de JBN is afgerond.
  11. Bedenk aan de hand van de uitkomst van de klacht of melding wat er nodig is om de veilige sportomgeving weer te herstellen. Dit kan bijvoorbeeld op het vlak van communicatie liggen, het aanstellen van een nieuw kaderlid zijn of het (verder) ontwikkelen van preventief beleid. Andere acties zijn ook denkbaar, afhankelijk van de context.

Zorg tot slot, als alles achter de rug is en de veilige sportomgeving is hersteld, dat het proces en de communicatie daarin met betrokkenen wordt geëvalueerd en leg dit vast in de notulen van de bestuursvergadering. Aangezien dit een terrein is waarop niet een pasklaar antwoord is en waarin het staat of valt met de betrokken personen en de invulling van hun rol, is het sterk aan te raden deze evaluatie niet over te slaan.

Optie B) Er wordt (nog) geen klacht ingediend of melding gedaan Wanneer er (nog) geen klacht ingediend wordt of melding wordt gedaan, wordt het vertoonde gedrag als ongewenst ervaren maar twijfelt de melder of er een klacht/ melding moet komen of is de melder er al uit dat er geen klacht/melding moet komen. De melder zal moeten besluiten welke stappen hij/zij zelf wil nemen. Daarin geldt: ‘Jouw gevoel heeft gelijk’ altijd als maatstaf.

Verwijs de melder door naar de VCP van je club als dit nog niet gebeurd is. De VCP is voor het slachtoffer aanspreekpunt en eerste opvang. De VCP kan samen met de melder kijken welke stappen er mogelijk zijn en welke consequenties deze hebben.

Een of meerdere van de volgende maatregelen zijn dan bijvoorbeeld mogelijk:

  1. Direct persoonlijk aanspreken: ‘melder’ gaat in gesprek met ‘beschuldigde’ om aan te geven wat hij/zij als ongewenst heeft ervaren en vraagt hier rekening mee te houden.
  2. Eventueel vindt dit gesprek plaats in het bijzijn van een onafhankelijk derde (niet de VCP).

Zorg dat de VCP het door NOC*NSF ontwikkelde protocol, registratie- en rapportageformulier gebruikt. Wanneer de VCP de VCP training van NOC*NSF heeft gevolgd dan zijn deze formulieren in zijn/ haar bezit. Wanneer je geen VCP binnen je club hebt dan attendeer je de melder op de VCP van de JBN.

Daarnaast kan het bestuur zelf handelen. Als de melder geen melding of klacht heeft ingediend zal het bestuur over de situatie horen via de rapportage van de VCP.

Het bestuur kan dan de volgende stappen nemen vanuit bestuurlijke verantwoordelijkheid:

  1. Bestuurslid gaat in gesprek met de ‘dader’ om aan te geven wat het ‘slachtoffer’ als ongewenst heeft ervaren en wijst op ‘Hun gevoel heeft altijd gelijk’. Zorg dat altijd een 3e persoon aansluit. Deze stap kan alleen gezet worden indien de melder hier toestemming voor geeft. Onder strikte voorwaarden kan het bestuur handelen zonder toestemming van de melder, zoals beschreven in het door NOC*NSF ontwikkelde protocol voor VCP’s.
  2. Ga aan de slag met preventief beleid op het gebied van ongewenst gedrag. Maatregelen instellen, dan wel maatregelen nieuw leven inblazen. Stel o.a. een VCP aan en omgangsregels op (zie eerdere hoofdstukken in deze toolkit) en ga hierover in gesprek met trainers/coaches/begeleiders. Door het breder aan te pakken hou je dingen die sudderen klein.

De VCP van de JBN (06-24910493) of het meldpunt vertrouwenspersonen (0900- 2025590) adviseren je graag welke maatregelen te nemen.

 

Kies welke communicatie nodig is afhankelijk van hoe breed bekend het is en hoeveel onrust het heeft opgeleverd. Bedenk wat er nodig is op het moment dat je een signaal binnen krijgt, dat het opgepakt wordt en na afloop ervan. Mogelijkheden zijn bijvoorbeeld: – Betrokkenen een brief sturen – Een bijeenkomst organiseren

Probeer het zo klein mogelijk te houden bij maatregel 1, het aanspreken van de ‘dader’. Zoek bij maatregel 2, het ontwikkelen van preventief beleid, juist in brede zin de communicatie op (zie voor communicatietips betreffende hoofdstuk eerder in deze handleiding).

Contact

Kijk op de website van de JBN of van NOC*NSF voor meer informatie over beleidsinstrumenten ter preventie en repressie van Seksuele Intimidatie in de sport. Als je als club behoefte hebt aan extra informatie, voorlichting of materialen, neem dan in eerste instantie contact op met de JBN.

Judo Bond Nederland

De JBN Vertrouwenscontactpersoon is te bereiken via w.koeman@jbn.nl en op 06- 24910493. Krijgt u onverhoopt de voicemail, laat dan uw naam en telefoonnummer achter en vermeld bij voorkeur ook een tijdstip waarop het u uitkomt om teruggebeld te worden. U kunt er ook voor kiezen om het op een ander tijdstip opnieuw te proberen.

Telefonisch meldpunt en vertrouwenspersonen

Het NOC*NSF meldpunt seksuele intimidatie in de sport is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 08.00 tot 22.00 uur en op zaterdag van 12.00 tot 16.00 uur. Op zondag is er geen bereikbaarheid. Het nummer is 0900 – 202 55 90 (€ 0,10 per minuut). Men kan hier terecht kan voor een eerste opvang, vragen en advies aangaande Seksuele Intimidatie in de sport. Het meldpunt verwijst voor verder advies en ondersteuning bij incidenten door naar de NOC*NSF poule van vertrouwenspersonen. Deze vertrouwenspersonen geven regionale ondersteuning en advies bij incidenten, aan zowel slachtoffers, beschuldigden als sportorganisaties.

Bijlagen

Bijlage 1 Quickscan

Bijlage 2 Risicoanalyse

Bijlage 3 Functieprofiel VCP

Bijlage 4  Intentieverklaring Preventie seksueel misbruik in clubs

Bijlage 1 Quickscan

De Quickscan is een snelle mogelijkheid om een eerste inzicht te verkrijgen in de risico’s binnen uw club. Door middel van de quickscan kan op basis van een eenvoudige vragenlijst, te vinden op de volgende pagina, een eerste risicoanalyse gemaakt worden. De quickscan is bijvoorbeeld geschikt om het onderwerp binnen de club op de agenda te krijgen (stap 1). Als vervolgens besloten wordt tot nader onderzoek, kan de risicoanalyse uitgevoerd worden.

Hoeveel risico op Seksuele Intimidatie loopt uw club?

Er worden na de training of bij toernooien vaak grappen gemaakt over het uiterlijk van budoka’s en over seksuele handelingen.                            0 Klopt 0 Klopt niet

Over Seksuele Intimidatie heb ik in de club nog nooit iemand horen praten.    0 Klopt 0 Klopt niet

Trainers zijn bij ons heilig. Niemand haalt het in zijn hoofd tegen een trainer in te gaan.

0 Klopt  0 Klopt niet

Elke trainer heeft zijn eigen aanpak; daarin zijn ze vrij. Er is geen toezicht of onderling overleg over.

0 Klopt 0 Klopt niet

Ambitieuze budoka’s hebben één coach die bepaalt hoe hun trainingsprogramma eruit ziet.

0 Klopt 0 Klopt niet

Ouders hebben in onze club niets in te brengen.                 0 Klopt 0 Klopt niet

Het zijn de prestaties die tellen. Voor andere dingen is geen aandacht.     0 Klopt 0 Klopt niet

In onze tak van sport moet je jong beginnen en bereik je jong de top.     0 Klopt 0 Klopt niet

Op trainingskampen is het heel gewoon dat trainers bij budoka’s op de kamer slapen.

0 Klopt 0 Klopt niet

Er zijn regelmatig liefdesrelaties tussen trainers en budoka’s.             0 Klopt 0 Klopt niet

Naar mijn weten is er geen beleid rond Seksuele Intimidatie binnen de club (geen voorlichting; geen protocol wat te doen met vermoedens; geen vertrouwenspersoon)         0 Klopt 0 Klopt niet

Turf het aantal keer dat u ‘klopt’ hebt ingevuld. Elke ‘klopt’ geeft een risicofactor aan. Als u meer dan drie scoort, is er een aanzienlijk risico dat er een keer iets misgaat in de club.

Bijlage 2  Risicoanalyse

De risicoanalyse biedt een goed vertrekpunt voor een club die preventiebeleid inzake Seksuele Intimidatie wil opzetten. Hiermee kan op betrekkelijk eenvoudige wijze de beginsituatie worden vastgesteld. De risicoanalyse fungeert als een soort “nulmeting” waarop doelen die men in de toekomst wil behalen, kunnen worden gebaseerd.

De risicoanalyse is een gericht onderzoek dat tot doel heeft op een bepaald moment in de tijd een stand van zaken vast te stellen. In dit geval de stand van zaken gericht op (de preventie van) Seksuele Intimidatie binnen een club. De basis van de risicoanalyse is een vooraf opgestelde vragenlijst. Deze dient als gids om de belangrijkste onderwerpen die bij het voorkomen van Seksuele Intimidatie een rol spelen, aan een onderzoek te onderwerpen. Na het vaststellen van de stand van zaken door een speciaal geformeerde werkgroep, kan de club een plan opstellen dat is gericht op het realiseren van verbeteringen in de toekomst. Zij kan in dat plan opnemen welke zaken direct voor verbetering in aanmerking moeten komen, welke wat langer gaan duren, of welke bijvoorbeeld aan de gemeente moeten worden doorgegeven vanwege diens verantwoordelijkheid op dat punt.

De belangrijkste stappen om tot een risicoanalyse te komen zijn de volgende:

  1. Het bestuur geeft officieel opdracht tot het houden van een risicoanalyse. Dit doet  zij omdat zij een start wil maken met preventiebeleid inzake Seksuele Intimidatie.  De risicoanalyse gaat daarbij fungeren als nulmeting. Deze geeft aan hoe goed of  slecht het op een gegeven moment gesteld is met belangrijke indicatoren met  betrekking tot Seksuele Intimidatie: sfeer en cultuur binnen de club (software), de  fysieke omgeving, veiligheid en beveiliging van de dojo (de hardware) en het  huidige beleid omtrent de preventie van Seksuele Intimidatie.
  2.  Het bestuur stelt een werkgroep samen waarin de belangrijkste geledingen en  betrokkenen van de club zijn vertegenwoordigd: kader, (jeugd)leden,  vrijwilligers/medewerkers, ouders, eventueel sponsoren (in totaal minimaal 3,  maximaal 6). Dit team krijgt officieel de opdracht de analyse uit te voeren en te  rapporteren aan het bestuur. De werkgroep kan eventueel worden aangevuld met  een externe deskundige (vanuit bijvoorbeeld de JBN). Afgesproken wordt hoe en  wanneer wordt gerapporteerd.
  3.  De werkgroep maakt gebruik van onderstaande scorelijst, aangevuld met een  aantal  interviews met personen uit de verschillende geledingen van de club. Men  kan natuurlijk ook nog andere hulpmiddelen gebruiken, zoals een fototoestel,  voorgaande bestuursbesluiten over preventiebeleid Seksuele Intimidatie, reeds  bestaande omgangsregels, Arbo-wet, statuten club, etc. Deze documenten  kunnen ook gebruikt worden door de werkgroep om zich in te lezen in het thema  Seksuele Intimidatie in relatie tot de club.
  4.  De werkgroep vult zelf de scorelijst in en neemt de interviews af. Voor de  interviews kan een selectie van de uitspraken op de vragenlijst als richtlijn dienen.  Van belang is dat het team meningen hoort van een aantal personen  met name  over gevoelens van (on)veiligheid, ter aanvulling van haar eigen mening en  observaties.
  5.  Na het afnemen van de interviews en het invullen van de scorelijst maakt de  werkgroep een analyse van haar bevindingen. Om de voortgang erin te houden  moet van te voren worden afgesproken wanneer deze rapportage gereed is,  bijvoorbeeld drie weken na afronding van de scorelijst en de interviews.
  6.  Het is aan het bestuur om in samenspraak met de werkgroep en op basis van  afspraken met de leden, bekendheid te geven aan de resultaten en om de analyse  te gebruiken voor het feitelijk invullen van haar preventiebeleid binnen de club.

 

SCORELIJST

  1. Software: de sfeer en cultuur op de club              Ja     Nee

Actiepunt ter verbetering

Je wordt er niet op aangekeken als je kritiek

geeft op een situatie binnen de club

Het bestuur luistert altijd naar kritiek vanuit

de leden/klanten

Waar mogelijk wordt er iets gedaan met kritiek

die terecht blijkt

Er worden geen vervelende grappen gemaakt

over vrouwen, homo’s, lesbiennes, mensen uit

andere culturen

Grappen, zoals hierboven bedoeld, worden door

leden en bestuur actief bestreden

Mensen die “anders” zijn worden als ieder ander

bejegend. Er wordt geen druk op ze uitgeoefend

zich aan te passen

Mannen en vrouwen hebben gelijke posities en

rollen binnen de club

Er is geen bepaalde groep die de sfeer bepaalt

De sfeer is gericht op sportiviteit en respect

De cultuur is niet hard, stoer en prestatiegericht

De budoka’s letten onderling op elkaar zodat

niemand buiten wordt gesloten

Er is geen plaats voor pesterijen

Er is actief beleid tegen geweld en agressie tussen

leden onderling en tegen of van derden

  1. Hardware:

Ja/ Nee.    Actiepunt ter

verbetering

fysieke omgeving, veiligheid en beveiliging

van het gebouw en de dojo

Rondom het gebouw is goede verlichting

De parkeerplaats en fietsenstalling zijn goed verlicht

De toegang tot het gebouw is goed verlicht

Gangen, kleedruimtes en douches zijn goed verlicht

Er zijn gescheiden kleed- en doucheruimtes

voor mannen en vrouwen

Tijdens de activiteiten zijn deze ruimten afsluitbaar

tegen inloop van derden

Van bezoekers –niet-sporters- is het altijd duidelijk

waarom zij zich in het gebouw bevinden

Er is altijd iemand van de club aanwezig totdat

de laatste budoka het gebouw verlaat

Bij brand of ander onraad is het duidelijk hoe men

het gebouw snel en veilig kan verlaten

Het aanwezige kader waakt actief over de

veiligheid van de budoka’s en andere aanwezigen

De budoka’s onderling weten aan welke

gedragsregels zij zich hebben te houden

Het kader weet aan welke gedragsregels

zij zich moet houden m.b.t. budoka’s

Opmerkingen van budoka’s over de veiligheid

en beveiliging van het gebouw en de dojo worden

serieus genomen en zo mogelijk iets mee gedaan

  1. Beleid Seksuele Intimidatie

Er is een actief beleid tegen Seksuele Intimidatie op de club

Het bestuur en kader heeft een actieve houding met betrekking tot preventie van

Seksuele Intimidatie

Het kader gaat actief en serieus om met het thema Seksuele Intimidatie

Er kan openlijk met bestuur en kader over Seksuele Intimidatie gepraat worden

Kritiek op de situatie rondom Seksuele Intimidatie wordt door het bestuur en

kader goed opgepakt

Budoka’s weten welk gedrag zij mogen verwachten van het kader en andere

begeleiding als het gaat om Seksuele Intimidatie

Budoka’s onderling kunnen openlijk met elkaar praten over Seksuele Intimidatie

Budoka’s weten wat de gedragsregels zijn waaraan zij zich moeten houden inzake

Seksuele Intimidatie

Er bestaat een klachtenprocedure als er zich een incident plaatsvindt met betrekking

tot Seksuele Intimidatie

Iedereen op de club kent deze procedure.

Ook de ouders van de leden kennen deze procedure

Er is een VCP binnen de club aangesteld

Er is tevredenheid over de klachtenprocedure Seksuele Intimidatie

– De club heeft het beleid met betrekking tot Seksuele Intimidatie in haar reglementen

opgenomen

Het kader, coaches en andere begeleiding wordt,  wanneer nodig, bijgeschoold op het gebied van  preventiebeleid Seksuele Intimidatie

Bij aanname van nieuw kader, coaches of andere begeleiding, wordt door het bestuur gewezen op de gedragsregels zoals die in de georganiseerde sport van kracht zijn

Maatregelen ten aanzien van personen naar aanleiding van Seksuele Intimidatie worden

door het bestuur uitgevoerd.

Deze maatregelen liggen vast reglementen

Coaches en begeleiders met een grote machtspositie worden regelmatig geëvalueerd

met betrekking tot hun omgangswijze met budoka’s.

De gedragsregels en andere afspraken met betrekking tot Seksuele Intimidatie zijn

hierbij maatgevend

Ouders van met name jeugdleden worden betrokken bij de activiteiten van hun kinderen

Er zijn afspraken gemaakt over de sporttechnische  en sociale begeleiding van jeugd

Er zijn apart afspraken gemaakt over de begeleiding van jeugd of van budoka’s bij reizen, kampen en overnachtingen

Deze afspraken zijn aan de ouders bekend en worden als goed beoordeeld

De ouders zijn in de gelegenheid het nakomen van de afspraken te controleren

Coaches en andere begeleiding hebben naast sporttechnische contacten geen privécontacten met jeugdleden

Kader dat is opgenomen in het registratiesysteem (‘zwarte lijst’ waarop plegers worden geregistreerd die tuchtrechtelijk veroordeeld zijn voor ongewenst gedrag) wordt niet aangenomen

 

Bijlage 3 Functieprofiel VCP

Algemene taakomschrijving

De VCP is contactfunctionaris binnen de club of JBN, betreffende Seksuele Intimidatie.

Taken van de VCP:

  1. eerste opvang/aanspreekpunt
  2. doorverwijzen
  3. preventieactiviteiten

Ad A. Eerste opvang:

De VCP is er voor leden die te maken hebben met Seksuele Intimidatie of ander ongewenst gedrag en hier met iemand over willen spreken.

De VCP:

– laat de klager het verhaal vertellen, maar is alert op zijn/haar taak

– bespreekt mogelijke doorverwijzingen – informeert de klager of beschuldigde over de procedures op basis van het klachten en/of tuchtreglement van de JBN

– vult het registratie- en rapportageformulier in

Ad B. Doorverwijzen:

De VCP verwijst klager, beschuldigde, JBN of club door naar een NOC*NSF vertrouwenspersoon en/of -adviseur, klacht-/tuchtcommissie van de JBN, advocaat, politie en/of andere hulpverleners.

Ad C. Preventieactiviteiten

 

De VCP:

– profileert zich binnen de eigen organisatie, zorgt ervoor dat iedereen binnen de  organisatie op de hoogte is van het bestaan van de VCP en ziet erop toe dat de  gedragsregels van de judosport worden nageleefd

– houdt zich op de hoogte van (landelijke) ontwikkelingen op het terrein van preventie en sanctionering van Seksuele Intimidatie binnen de sport.

– draagt bij aan beleidsuitvoering op clubniveau met betrekking tot landelijke ontwikkelingen in het beleid Seksuele Intimidatie en sociaal veilige sportomgeving

– geeft (on)gevraagd advies en informatie aan het bestuur waarmee gericht beleid kan worden ontwikkeld tegen Seksuele Intimidatie.

 

Randvoorwaarden

De VCP:

  •  is geen bestuurslid.
  •  heeft een duidelijk aanspreekpunt binnen bestuur en/of de voorzitter.
  •  wordt aangesteld door de voorzitter of afvaardiging uit de leden.
  •  kan om de vier jaar een VOG overleggen
  •  is niet inhoudelijk betrokken bij procedures
  •  werkt conform een protocol sociaal veilige sportomgeving tbv preventie en  sanctioneren Seksuele Intimidatie

Attitude De VCP:

  •  is een sociaal, toegankelijk, oprecht en gezaghebbend persoon
  •  geniet het vertrouwen van de bij de club betrokken medewerkers en leden
  •  heeft levenservaring, is integer en heeft een evenwichtige persoonlijkheid
  •  is een persoon die zich neutraal en onafhankelijk op kan stellen
  •  heeft affiniteit met een sociaal veilige sportomgeving en wil daaraan een bijdrage  leveren

Vaardigheden De VCP:

  •  is in staat zichzelf en het onderwerp sociale veiligheid en Seksuele Intimidatie aan  de doelgroepen te kunnen presenteren
  •  kan een vertrouwelijk gesprek voeren met klager, beschuldigde, JBN of club
  •  kan reflecteren
  •  kan omgaan met vertrouwelijkheid en weerstanden
  •  kan omgaan met emoties van zichzelf, de beschuldigde, het slachtoffer en de  omgeving
  •  is in staat mee te werken beleid uit te voeren

 

Kennis De VCP:

  •  weet welke procedures er bij een (dreigend) incident gevolgd kunnen worden
  •  heeft voldoende kennis van procedurele gang van zaken rondom het indienen van  een klacht
  •  kent de sociale kaart betreffende Seksuele Intimidatie
  •  kent de individuele en groepsprocessen die spelen bij seksueel  grensoverschrijdend gedrag
  •  heeft kennis van de interne organisatiestructuur en cultuur

Aanbevelingen De VCP:

  •  heeft VCP-training gevolgd en is aanwezig bij terugkomdagen
  •  staat open voor deelname aan intervisiebijeenkomsten binnen/tussen sportbonden.

Bijlage 4 Intentieverklaring preventie SI in clubs

Intentieverklaring Preventie Seksuele Intimidatie in clubs

De ondertekenende partij verklaart:

  1.  De maximaal haalbare voorzorgsmaatregelen te nemen binnen de eigen club  om Seksuele Intimidatie in deze club te voorkomen. Hierbij zal specifieke  aandacht worden besteed aan minderjarigen als risicogroep.    Onder het maximaal haalbare valt tenminste het volgende: het thema Seksuele  Intimidatie wordt opgenomen in het beleid van de club met daarin vastgesteld  het aannamebeleid ten aanzien van trainers/ coaches en waar leden terecht  kunnen voor meldingen/ klachten/ vragen (vertrouwenscontactpersoon) en wat  dan de procedure is. Tevens vindt hierover zorgvuldige communicatie plaats naar  leden.
  2.  Ervoor zorg te dragen dat de voorzorgsmaatregelen toepassing krijgen in de  praktijk van de club.
  3.  Waar mogelijk actief gebruik te maken van de methoden en materialen die door  NOC*NSF en de JBN worden uitgereikt.
  4.  Ervoor te zorgen dat in de eigen club besluiten zijn genomen en draagvlak  gecreëerd is voor de toepassing van de maatregelen ter preventie van Seksuele  Intimidatie binnen een jaar na ondertekening.

De volgende definitie van Seksuele Intimidatie wordt gehanteerd:

  1.  Onder Seksuele Intimidatie wordt verstaan: enige vorm van ongewenst* verbaal,  non-verbaal of fysiek gedrag met een Seksuele connotatie (duiding) dat als doel  of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast, in het  bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of  kwetsende situatie wordt gecreëerd.
  2.  Onder Seksuele Intimidatie, zoals vermeld in lid 1, zijn mede begrepen de in de  artikelen 239 t/m 250 (Titel XIV: Misdrijven tegen de zeden) van het Wetboek van  Strafrecht strafbaar gestelde feiten.

*De definitie van Seksuele Intimidatie omvat gedragingen die als ongewenst ervaren kunnen worden. Een ervaring van een persoon is echter moeilijk te objectiveren. Het gaat in dit geval om een ervaring die valt buiten wat algemeen maatschappelijk wordt aanvaard als een normale omgangsnorm, inclusief verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag.

Het doel van de intentieverklaring is te zorgen voor een veilig klimaat binnen de eigen club door Seksuele Intimidatie bespreekbaar te maken, alle betrokkenen bij de organisatie goed te informeren over het beleid ten aanzien van Seksuele Intimidatie, het risico op Seksuele Intimidatie zo klein mogelijk te maken en incidenten op adequate manier af te handelen.

 

Plaats:

Datum:

Naam club:

Ondertekend door voorzitter:

Voorbeeld protocol tegen

Pesten.

 

Venray, 22 april 2015

Voorbeeld pestprotocol.

In dit document heeft Sportinstituut Verhagen vastgelegd hoe, door gewenst gedrag te stimuleren, pesten binnen de club getracht zal worden te voorkomen. Daarna zal behandeld worden hoe wij omgaan met situaties waarin dit toch gebeurt/dreigt te gebeuren. Tot slot zal uitgewerkt worden welke sancties mogelijk zijn als een situatie niet tot een oplossing komt.

Gewenste omgang bevorderen.

Het is erg belangrijk dat budoka’s zich veilig voelen in hun sport omgeving. Hier hoort bij dat zij zich niet gepest mogen voelen. Om het risico daarop zo klein mogelijk te maken hebben we een aantal gedragsregels opgesteld. Deze regels zijn hieronder te vinden. Een aantal dingen zijn in onze club niet toegestaan.

Hieronder vallen:

– Het beoordelen op uiterlijk, afkomst, geslacht of andere persoonskenmerken of

het maken van kwetsende opmerkingen daarover.

– Ongewenst aan de spullen van een ander komen.

– Een ander bewust hardhandig behandelen en/of fysiek pijn doen bij het oefenen.

– Elkaar met een bijnaam aanspreken die door de bedoelde persoon niet als

positief ervaren wordt.

– Vloeken of schelden.

– Roddelen.

Daarnaast verwachten wij van leden de volgende dingen uitdrukkelijk wel:

– Probeer ruzie altijd samen op te lossen.

– Wanneer dit niet lukt: zoek contact met een trainer, vertrouwenscontactpersoon

en/of bestuurslid.

– Luister aandachtig naar elkaar.

– Help elkaar waar nodig.

– Zorg dat nieuwkomers in de groep goed worden ontvangen en opgevangen.

 

Bovenstaande gedragsregels worden al bij inschrijving kenbaar gemaakt via verwijzing in het infoboekje naar de website welk aan alle leden van Sportinstituut Verhagen wordt uitgereikt bij aanmelding. De verwijzing is naar onze website:WWW.sportinstituutverhagen.nl Tevens is hier ook vermeldt het mailadres voor pestgedrag te melden. pestgedrag@xs4all.nl .

Verder wordt er door de trainers regelmatig aandacht besteedt aan pestgedrag en zien wij toe op de naleving van de gedragsregels tijdens de budolessen. Bovendien wordt aan ouders/verzorgers ook gevraagd om ongewenst gedrag te melden wanneer zij dit tegenkomen of vermoeden.

 

  1. Situaties van pestgedrag oplossen

Als er een vermoeden bestaat dat er binnen de club gepest wordt dan worden de volgende stappen doorlopen:

– Er wordt vastgesteld of de gepeste heeft geprobeerd het samen met de pester op te

lossen.

– Als de gepeste er niet uitkomt grijpt de budoleraar/trainer in. Hij/zij brengt de partijen bij

elkaar voor een verhelderingsgesprek en probeert samen met hen de ruzie of pesterijen

op te lossen en (nieuwe) afspraken te maken.

– Er wordt contract gezocht met de ouders van de partijen nadat de kinderen hierover

ingelicht zijn. Eventueel wordt een gesprek gevoerd met de hele groep. Hierin kan aan

de orde komen wat de oorzaken en de gevolgen zijn voor slachtoffers, daders,

meelopers en zwijgende middengroep. Besproken kan worden of ze zich realiseren welk

verdriet zij veroorzaken met hun gedrag en/of houding. Vervolgens kan aan de groep

suggesties gevraagd worden hoe de situatie verbeterd kan worden voor de gepeste

budoka.

 

– Bij herhaaldelijke ruzie/pestgedrag neemt de leraar duidelijk stelling en houdt een

bestraffend gesprek met de pester. De fase van bestraffen/sancties treedt in werking (zie

paragraaf 3). Ook wordt de naam van de ruziemaker/pester vastgelegd in een verslag.

Bij iedere melding omschrijft de leraar ‘de toedracht’. De leraar en ouders proberen in

goed overleg samen te werken aan een voor iedereen bevredigende oplossing. Als het

gaat om jonge kinderen worden de ouders hier actief bij betrokken.

 

  1. Sancties

Mochten pogingen tot verbetering van de situatie door budoka’s, trainer en

ouders niet tot een oplossing leiden dan kan de club overgaan tot het opleggen van

sancties. Een besluit hiertoe volgt altijd uit samenspraak tussen trainer en bestuur.

De mogelijke sancties lopen op van licht naar steeds zwaarder en kunnen in die volgorde

worden gegeven als een situatie zich over langere tijd niet verbetert.

Hieronder zijn de sancties per categorie opgesomd.

Eerste sancties

– Één training niet aanwezig zijn.

– Voor een bepaald aantal trainingen: blijven tot de andere budoka’s naar huis

vertrokken zijn.

– Een schriftelijke opdracht zoals een stelopdracht over de toedracht en zijn/haar rol in

het pestprobleem door gesprek: bewustwording voor wat hij/zij met het gepeste kind

uithaalt.

– Afspraken maken met de pester over gedragsveranderingen. De naleving van deze

afspraken komen aan het einde van iedere week (voor een periode) in een kort

gesprek aan de orde.

Vervolgsancties

– De ouders nadrukkelijker bij de oplossing betrekken. De budoclub heeft een dossier

bijgehouden van de acties die hebben plaatsgevonden. Dit dossier is uitgangspunt

voor het gesprek. In overleg de pester in een andere groep plaatsen.

– Bij aanhoudend pestgedrag de pester voor een bepaalde periode schorsen.

Laatste sanctie

– In extreme gevallen kan de pester geroyeerd worden van de club.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Medisch formulier van individuele sporter (geheimhouding betreffende de medische gegevens zal gewaarborgd zijn).

 

Persoonlijke gegevens:

Voorletters:……………………………    Achternaam:…………………………………….

Voornamen:……………………………    Roepnaam:………………………………………

Adres:………………………………….    PC + Woonplaats:………………………………

Geslacht: □ M □ V

Telefoonnummer:………………………    Mobiel nummer:…………………………………

Geboortedatum:………………………..    Geboorteplaats:………………………………….

Nationaliteit:……………………………    Bloedgroep:……………Rh-factor:……………..

 

Zijn er medische beperkingen die de trainer moet weten ivm veiligheid voor de sporter?

Zo ja welke:………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………

 

Aandoeningen/ziektes:

Bent u ergens onder behandeling?        □ Ja □ Nee

 

Indien u ja heeft ingevuld:

 

Waar bent u onder behandeling?        ……………………………………………………

Medicatie:                    ……………………………………………………

Allergieën:                    ……………………………………………………

Diëten:                        ……………………………………………………

 

Extra informatie:

Indien niet van toepassing graag ‘n.v.t’ invullen.

Te waarschuwen in geval van calamiteit/nood:

1e contactpersoon:

Relatie:…………………………………………………………………………………………..

Telefoonnummer:………………………………    Mobiel nummer:………………………..

2e contactpersoon:

Relatie:…………………………………………………………………………………………..

Telefoonnummer:…………………………….    Mobiel nummer:………………………….

Huisarts

Naam huisarts:……………………………………………………………………………………

Adres:……………………………………………    Plaats:……………………………………

Telefoonnummer:………………………………….

 

Ingevuld door ouder / begeleider / verzorgende van bovengenoemde sporter.

 

Plaats en datum:……………………………..    Naam en handtekening: ………………….

……………………………………………

 

 

 

Handleiding

Pestprotocol

 

Venray, 22 april 2015

 

Inhoud:

Hoofdstuk

  1.  Inleiding
  2.  Achtergrondinformatie

2.1 Plagen of pesten

2.2  Kenmerken pesten

2.3  Wie pesten er en wie worden er gepest?

  1.  Aanpakken van pesten op de club

3.1  Omgangsprotocol

3.2  Hoe te handelen bij (een vermoeden) van pestgedrag

  1.  Begeleiding aan de pester, de gepeste en de groep
  2.  Sancties
  3.  Nieuwe vormen van pesten en de aanpak daarvan

6.1  Welke vormen zijn er?

    1. Het aanpakken van het nieuwe pesten
  1. Inleiding

Het pestgedrag onder jongeren neemt de laatste jaren steeds meer toe. Niet alleen op school, ook op de sportclub. Om clubs handvatten te bieden bij het beperken van pestgedrag heeft de Judo Bond Nederland (JBN) een pestprotocol opgesteld. Dit document wordt bij Sportinstituut Verhagen gehanteerd als handleiding indien zich een pestincident voordoet.

Allereerst wordt achtergrondinformatie gegeven over wat pesten nu eigenlijk is en hoe het herkend kan worden. Verder biedt het clubs tips over het bespreekbaar maken van en invulling geven aan dit onderwerp.

Wanneer u vragen heeft over dit onderwerp of over het pestprotocol zelf kunt u contact opnemen met de afdeling sportparticipatie van de JBN. Dit kan door een mail te sturen naar verenigingsadvies@jbn.nl of te bellen met 030 – 7073630.

  1.  Achtergrondinformatie

2.1 Plagen of pesten.

Pesten is niet hetzelfde als plagen. Bij plagen zijn de machtsverhoudingen gelijk: de ene keer is de één ‘het lijdend voorwerp’ en dan weer de ander. Bij plagen is er sprake van een incident. Vaak is het een kwestie van elkaar voor de gek houden. Bij plagen loopt de geplaagde geen blijvende psychische en/of fysieke schade op en is meestal in staat om zich te verweren.

Pesten is structureel. Pesten kan kinderen echt tot wanhoop brengen. Vanwege het structurele karakter van pesten moet er echt beleid worden gemaakt om het probleem aan te pakken. Een kortlopend project of eenmalige activiteit zet meestal onvoldoende zoden aan de dijk.

Op hoofdlijnen kunnen de volgende verschillen worden aangegeven:

Plagen Pesten  – incidenteel  – structureel  – gelijke machtsverhoudingen  – geen gelijke machtsverhoudingen  – geen psychische en/of fysieke     schade  – grote kans op psychische en/of fysieke schade

2.2  Kenmerken pesten

Pesten heeft een aantal duidelijke kenmerken:  Pesten gebeurt opzettelijk  Pesten is bedoeld om schade toe te brengen (fysiek, materieel of mentaal)  Bij pesten is er altijd sprake van ongelijke machtsverhoudingen (fysiek of verbaal sterkere personen kiezen minder weerbare personen als slachtoffer)  Pesten gebeurt systematisch  Pesten houdt niet vanzelf op, maar wordt eerder erger als er niet wordt ingegrepen  Pesten is van alle tijden en komt in alle groepen en culturen voor. Het is dus een typisch menselijke ondeugd die altijd verborgen aanwezig is en steeds weer de kop kan opsteken

 

2.3  Wie pesten er en wie worden er gepest?

Kinderen die pesten lijken vaak sterke kinderen in een groep. Het zijn kinderen die problemen hebben in de thuissituatie, die voortdurend de strijd om de macht in de groep voeren, omdat zij zich verloren voelen in de groep. Door te pesten proberen zij indruk te maken op de groep, door een ander naar beneden te halen vijzelen zij hun eigenwaarde op.

Kinderen die gepest worden zijn meestal onzeker, voorzichtig en hebben vaak een negatief zelfbeeld. Ze hebben soms moeite met sociale vaardigheden en zijn vaak geïsoleerd. Hoewel de gepeste fysiek vaak zwakker is dan de pester, hebben kenmerken als gewicht, kleding of het dragen van een bril over het algemeen minder invloed dan wordt gedacht.

Gepeste kinderen hebben wel moeite om zichzelf te verdedigen. Ze voelen zich machteloos tegenover de pester. Gepeste kinderen voelen zich vaak erg eenzaam.

Daarnaast is er een groep kinderen die geen actieve rol speelt in het geheel, maar die wel bepalend is voor het voortduren van het pestgedrag. Pestende kinderen kunnen zich gesterkt voelen door de zwijgende instemming van derden.

Hieronder volgen enkele veel voorkomende pesterijen die pesters met hun slachtoffers uithalen:

Volstrekt doodzwijgen  Isoleren  Psychisch en/of fysiek mishandelen  Slaan of schoppen  Voortdurend zogenaamd leuke opmerkingen maken over een budoka  Bezittingen afpakken of stukmaken  Jennen  Het slachtoffer voortdurend de schuld van iets geven  Opmerkingen maken over kleding of uiterlijk  E-mails of sms-berichten met een bedreigende of beledigende inhoud versturen  Beledigende afbeeldingen van het slachtoffer digitaal verspreiden of op het internet plaatsen

 

  • Aanpakken van pesten op de club3.1  OmgangsprotocolVervolgens kan de leraar, en eventueel met een bestuurslid, het omgangsprotocol (de regels) onder de aandacht brengen van de budoka’s. Naast een mondelinge toelichting is het verstandig het protocol ook op papier mee te geven. Het geniet zelfs de voorkeur om de budoka’s, leraar en het bestuurd het omgangsprotocol te laten ondertekenen. Daarmee maak je als club goed duidelijk dat dit hoog in het vaandel staat.   Voorbeeld van onderwerpen die in een omgangsprotocol kunnen terugkomen:  Het beoordelen op uiterlijk  Aan spullen van een ander zitten  Elkaar uitlachen  Elkaar met een bijnaam aanspreken  Vloeken, schelden  Roddelen  Hoe om te gaan bij ruzie  Luister naar elkaar  Nieuwkomers in de groep goed ontvangen en opvangen  Hoe om te gaan met de pester  Doorgeven aan trainer/coach/leraar/bestuurslid wanneer er wordt gepest en daarbij aangeven dat vastleggen geen klikken is

    Stap 1 Vaststellen of de gepeste heeft geprobeerd het eerst samen met de pester op te lossen.  Stap 3 De judoleraar brengt de partijen bij elkaar voor een verhelderingsgesprek en probeert samen met hen de ruzie of pesterijen op te lossen en (nieuwe) afspraken te maken. Contact zoeken met de ouders van de partijen nadat de kinderen hierover ingelicht zijn. Eventueel een gesprek voeren met de hele groep. Als leraar kun je het onderwerp pesten aan de orde brengen door met de hele groep te bespreken wat de oorzaken en de gevolgen zijn voor de slachtoffers, daders, meelopers en zwijgende middengroep. Besproken kan met elkaar worden of ze zich realiseren welk verdriet zij veroorzaken met hun gedrag en/of houding. Vervolgens kan aan de groep suggesties gevraagd worden hoe de situatie verbeterd kan worden voor de gepeste budoka. Bij herhaling van pesterijen/ruzies tussen dezelfde kinderen/jongeren zullen sancties richting pester volgen.   NB: jonge kinderen (tot 7/8 jaar) zullen minder gauw in staat zijn om hun eigen verantwoordelijkheid te nemen in de bovenstaande stappen. Het aandeel van de leraar, en eventueel ouders, zal dan groter zijn.   Begeleiding aan de pester, de gepeste en de groepBegeleiding van de gepeste: • Medeleven tonen, het probleem serieus nemen, luisteren en nagaan hoe en door wie er wordt gepest  Nagaan hoe de gepeste zelf reageert, wat doet hij/zij voor tijdens en na het pesten (huilen of heel boos worden is juist vaak een reactie die een pester wil uitlokken)  • De gepeste in laten zien dat je op een andere manier kun reageren • Zoeken en oefenen van een andere reactie, bijvoorbeeld je niet afzonderen • Het gepeste kind in laten zien waarom een kind pest • Nagaan welke oplossing de gepeste zelf wil • Met het kind bespreken welke vaardigheden hij/zij daarvoor moet leren • Sterke kanten van de gepeste benadrukken • Belonen (schouderklopje) als het kind zich anders/beter opstelt • Praten met de ouders van het gepeste kind en de ouders van de pester(s) • Het gepeste kind niet ‘over beschermen’, bijvoorbeeld het kind naar de training brengen of ‘ik zal het de pesters wel eens gaan vertellen’. Hiermee plaats je het gepeste kind juist in een uitzonderingspositie waardoor het pesten zelfs nog toe kan nemen.   Verder blijkt dat pesters erg impopulair zijn bij andere kinderen en, hoewel dat soms niet zo lijkt. Ze gebruiken verschillen als vals excuus om anderen het leven zuur te maken. (andere kleur haar, andere kleding, beter of slechter presteren etc.)     5.  SanctiesStap 1 • Één training niet aanwezig zijn • Blijven tot alle teamgenoten naar huis vertrokken zijn • Een schriftelijke opdracht zoals een stelopdracht over de toedracht en zijn/haar rol in het pestprobleem door gesprek: bewustwording voor wat hij/zij met het gepeste kind uithaalt  Afspraken maken met de pester over gedragsveranderingen. De naleving van deze afspraken komen aan het einde van iedere week (voor een periode) in een kort gesprek aan de orde.  Stap 3 Bij aanhoudend pestgedrag de pester schorsen.   6.1  Welke vormen zijn er?Opvallend van deze wijze van pesten is dat het taalgebruik veel harder is dan bij het directe pesten. Dat kan door de anonimiteit waarin het plaatsvindt. De kans om gepakt te worden is immers kleiner dan bij het open en bloot pesten. De effecten van digitaal pesten kunnen erger zijn dan bij traditioneel pesten. Opnames die via de webcam zijn gemaakt, kunnen worden vastgelegd door de pester. Foto’s die eenmaal op internet staan zijn soms niet meer te verwijderen. Deze vormen van pesten kunnen zeer bedreigend zijn. 6.2  Het aanpakken van het nieuwe pestenAan kinderen/jongeren die per e-mail worden gepest, wordt geadviseerd nooit te reageren. Zij kunnen het beste doen alsof ze de mails nooit hebben gezien. Eventuele volgende mailberichten van dezelfde afzender direct ongeopend verwijderen. Wanneer daders geen respons krijgen, blijkt de lol er voor hen snel af te gaan.  Het is technisch mogelijk e-mails van een bepaalde afzender te blokkeren, zodat ze niet worden ontvangen. Niet elke doorsnee gebruiker is in staat een dergelijke blokkade aan te brengen, dus daarvoor moet een deskundige worden ingeschakeld. Een oplossing kan zijn een ander email adres te nemen, dat zeer selectief bekend wordt gemaakt.     Seksuele intimidatieVenray, 22 april 2015.Voorbeeld: Protocol tegen seksuele intimidatie 1. Gewenste omgang bevorderen Voor mailadres: sportinstituutverhagen@gmail.com     Bovenstaande regels worden al bij inschrijving kenbaar gemaakt aan al onze leden.2. Ik houd rekening met de grenzen die de ander aangeeft.4. Ik berokken de ander geen schade. 6. Ik scheld niet en maak geen gemene grappen of opmerkingen over anderen. 8. Ik doe niet mee aan pesten, uitlachen of roddelen. 10. Ik kom niet ongewenst te dichtbij en raak de ander niet tegen zijn of haar wil aan. 12. Ik stel geen ongepaste vragen en maak geen ongewenste opmerkingen over iemands persoonlijk leven of uiterlijk. 14. Ik help anderen om zich ook aan deze afspraken te houden en spreek degene die zich daar niet aan houdt erop aan en meldt dit zo nodig bij bestuur / trainers of de vertrouwenspersoon.

    1. De begeleider moet zorgen voor een omgeving en een sfeer waarbinnen de budoka zich veilig kan voelen. 3. De begeleider onthoudt zich van elke vorm van (macht)misbruik of Seksuele Intimidatie tegenover de budoka. 5. De begeleider mag de budoka niet op een zodanige wijze aanraken dat de budoka en/of de begeleider deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard zal ervaren, zoals doorgaans het geval zal zijn bij het doelbewust (doen) aanraken van geslachtsdelen, billen en borsten. 7. De begeleider zal tijdens training(stages), wedstrijden en reizen gereserveerd en met respect omgaan met de budoka en met de ruimte waarin deze zich bevindt, zoals de kleedkamer of de hotelkamer. 9. De begeleider zal de budoka geen (im)materiële vergoedingen geven met de kennelijke bedoeling tegenprestaties te vragen. Ook de begeleider aanvaardt geen financiële beloning of geschenken van de budoka die in onevenredige verhouding tot de gebruikelijke dan wel afgesproken honorering staan. 11. In die gevallen waarin deze regels niet (direct) voorzien, ligt het binnen de verantwoordelijkheid van de begeleider in de geest hiervan te handelen. 1. Tevens zijn deze regels terug te vinden op onze website: www.judoclubnuth.nl. Hier wordt ook informatie gegeven over de vertrouwenscontactpersoon (VCP). Het gaat daarbij om zowel een taakomschrijving als de contactgegevens. Aan leden maar ook aan trainers/coaches, bestuur en aan ouders/verzorgers wordt gevraagd om ongewenst gedrag bij de VCP te melden wanneer zij dit tegenkomen of vermoeden. 2. Situaties van seksuele intimidatie oplossen.3. Sancties. 

 

  1. Een aantal van de sancties zijn voor de club extern, denk hierbij aan een vervolging voor overtreding van artikelen uit het Wetboek van Strafrecht. Wel kunnen interne sancties na overleg met de VCP door het bestuur opgelegd worden. Het bestuur stelt hierbij het collectieve belang van haar leden boven eventueel individueel belang van een lid.
  2. Als er zich een situatie voordoet waarin een lid zich toch seksueel geïntimideerd voelt kan deze terecht bij de vertrouwenscontactpersoon (VCP) van onze club. Deze is te bereiken via XXXXXX  Deze persoon is bekend met de regelgeving en is namens het bestuur gemachtigd om zelfstandig de bijbehorende procedures te starten en te begeleiden.
  3. Tevens verlangen wij van alle trainers en begeleiders dat zij een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) kunnen overleggen en indien nodig controleert de VCP van Sportinstituut Verhagen via de JBN of zij zijn opgenomen in het registratiesysteem voor plegers Seksuele Intimidatie.
  4. 10. De begeleider zal er actief op toezien dat deze regels worden nageleefd door iedereen die bij de budoka is betrokken. Indien de begeleider gedrag signaleert dat niet in overeenstemming is met deze gedragsregels zal hij de daartoe noodzakelijke actie(s) ondernemen.
  5. 8. De begeleider heeft de plicht – voor zover in zijn vermogen ligt – de budoka te beschermen tegen schade en (macht)misbruik als gevolg van Seksuele Intimidatie. Daar waar bekend of geregeld is wie de belangen van de (jeugdige) budoka’s behartigt, is de begeleider verplicht met deze personen of instanties samen te werken, opdat zij hun werk goed kunnen uitoefenen.
  6. 6. De begeleider onthoudt zich van (verbale) seksueel getinte intimiteiten via welk communicatiemiddel dan ook.
  7. 4. Seksuele handelingen en seksuele relaties tussen de begeleider en de jeugdige budoka tot zestien jaar zijn onder geen beding geoorloofd en worden beschouwd als seksueel misbruik.
  8. 2. De begeleider onthoudt zich ervan de budoka te bejegenen op een wijze die de budoka in zijn/haar waardigheid aantast, én verder in het privéleven van de budoka door te dringen dan nodig is in het kader van de sportbeoefening.
  9. Begeleiders: Naast de algemene omgangsregels hanteren wij ook aanvullende regels voor trainers, coaches en anderen die een actieve rol spelen rondom de jeugdige budoka (hierna: ‘begeleiders’). Het gaat om de volgende regels:
  10. Deze regels zijn terug te vinden op onze website: WWW.sportinstituutverhagen.nl . Hier wordt ook informatie gegeven over de vertrouwenscontactpersoon (VCP). Het gaat daarbij om zowel een taakomschrijving als de contactgegevens. Aan leden maar ook aan trainers/coaches, bestuur en aan ouders/verzorgers wordt gevraagd om ongewenst gedrag bij de VCP te melden wanneer zij dit tegenkomen of vermoeden.
  11. 13. Als iemand mij hindert of lastig valt dan vraag ik hem/haar hiermee te stoppen. Als dat niet helpt, vraag ik een ander om hulp.
  12. 11. Ik geef de ander geen ongewenste seksueel getinte aandacht.
  13. 9. Ik vecht niet, ik gebruik geen geweld, ik bedreig de ander niet, ik neem geen wapens mee.
  14. 7. Ik negeer de ander niet.
  15. 5. Ik maak op geen enkele wijze misbruik van mijn machtspositie.
  16. 3. Ik val de ander niet lastig.
  17. 1. Ik accepteer en respecteer de ander zoals hij is en discrimineer niet. Iedereen telt mee binnen de club.
  18. website WWW.sportinstituutverhagen.nl
  19. Budoka’s Het is erg belangrijk dat budoka’s zich veilig voelen in hun sportomgeving. Hier hoort bij dat zij zich niet seksueel geïntimideerd mogen voelen. Om het risico daarop zo klein mogelijk te maken hebben we een aantal omgangsregels opgesteld. Deze regels zijn hieronder te vinden.
  20. In dit document hebben wij als bestuur van Sportinstituut Verhagen vastgelegd hoe wij door gewenst gedrag te stimuleren en risicosituaties te mijden seksuele intimidatie binnen de club trachten te voorkomen. Daarna zal behandeld worden hoe wij omgaan met situaties waarin dit toch gebeurt/dreigt te gebeuren. Tot slot zal uitgewerkt worden welke sancties mogelijk zijn als een situatie niet tot een oplossing komt.
  21. Voorbeeld protocol tegen
  22. Kinderen/jongeren die per mobiele telefoon worden lastig gevallen, wordt aangeraden bepaalde nummers te blokkeren. Dit werkt alleen als de pestberichten vanaf een telefoon met nummervermelding worden verzonden, zodat de dader zich bloot geeft. Wanneer hij of zij echter de telefoon van iemand anders gebruikt of zijn nummer niet blootgeeft, is de echte dader niet te achterhalen. Wanneer andere methoden niet helpen kan uiteindelijk alleen de sms-functie worden uitgeschakeld. In het ergste geval moet een nieuw (geheim) nummer worden aangevraagd.
  23. Regelmatig verschijnen er in de media berichten dat kinderen en jongeren, bijvoorbeeld, aanstootgevende sms- of e-mailberichten ontvangen of dat zij schokkende foto’s of bedreigingen naar elkaar verzenden. Over het veilig omgaan met de nieuwe communicatiemiddelen en wat te doen als er toch via die middelen wordt gepest, heeft de Stichting De Kinderconsument het boek: ‘Pandora’s mailbox. Gids voor een kind veilig internet’ geschreven. Ook op de website www.besafeonline.org van de Vereniging voor Openbaar Onderwijs (VOO) staan veel tips hoe om te gaan met foute e-mails, sms-en en pesttelefoontjes.
  24. Pesten gebeurt ook via internet, e-mail of mobiele telefoon. Het digitaal pesten verschilt in bepaalde opzichten van het ‘traditionele’ pesten. Het kan namelijk op afstand, anoniem en non-stop. Vormen van digitaal pesten zijn o.a.: anonieme berichten (schelden, bedreigen, roddelen) versturen via MSN, SMS en Whatsapp, foto’s van mobieltjes en webcam op internet plaatsen, privégegevens op een site plaatsen, haatprofielen aanmaken, virussen starten en het versturen van een e-mailbom.
  25. 6.  Nieuwe vormen van pesten en de aanpak daarvan
  26. Stap 4 In extreme gevallen moet de pester geroyeerd worden.
  27. Stap 2 De ouders nadrukkelijker bij de oplossing betrekken. De sportclub heeft een dossier bijgehouden van de acties die hebben plaatsgevonden. Dit dossier is uitgangspunt voor het gesprek. In overleg de pester in een andere groep plaatsen.
  28. De volgende maatregelen zijn geschikt indien het pesten zich voor blijft doen (invulling van stap 3 en stap 4, zie paragraaf 3.2). De straf is opgebouwd uit 4 stappen. Deze is afhankelijk van hoe lang de pester door blijft gaan met zijn/haar pestgedrag en geen verbetering vertoont in gedrag.
  29. • Kind leren niet meteen kwaad te reageren, leren beheersen, bijvoorbeeld de ‘stop-eerst-nadenken-houding’ of een andere manier van gedrag aanleren. • Contact tussen ouders en leraar: elkaar informeren en overleggen. • Inleven in de gepeste: wat is de oorzaak van het pesten? • Overleggen met het kind welke vaardigheden eigen moeten worden gemaakt; • Afspraken maken met de pester over gedragsveranderingen. De naleving van deze afspraken komen aan het einde van iedere week (voor een periode) in een kort gesprek aan de orde. • De pester helpen zich aan regels en afspraken te houden • Als het pesten blijft voortduren, kan externe hulp worden ingeschakeld: sociale vaardigheidstraining, eerstelijns psychologenpraktijk. • De groep betrekken bij de oplossingen van het pestprobleem: met de judoka’s uit de groep praten over pesten en over hun rol daarbij • Met de judoka’s uit de groep overleggen over mogelijke oplossingen en over wat ze zelf kunnen bijdragen aan die oplossingen. Dit vastleggen in regels en een plan. • Samen met de judoka’s uit de groep werken aan oplossingen, waarbij ze zelf een actieve rol spelen
  30. De hulp aan de pester kan bestaan uit de volgende punten: • Praten: zoeken naar de reden van het ruzie maken/pesten (baas willen zijn, jaloezie, verveling, buitengesloten voelen, zelf gepest zijn, bang zijn om zelf mikpunt te worden als niet een ander de zondebok is, zich groot voor willen doen ten opzichte van anderen) • Laten inzien wat het effect van zijn/haar gedrag is voor de gepeste excuses aan laten bieden • In laten zien welke sterke (leuke) kanten de gepeste heeft • Pesten is verboden in en om de judoclub: we houden ons aan deze regels. Het kind straffen als het wel pest en belonen (schouderklopje) als kind zich aan de regels houdt
  31. In wezen hebben ze zondebokken nodig waarop zij hun frustraties af kunnen reageren. Ze hebben doorgaans geen idee van wat ze aanrichten en hebben daardoor weinig schuldgevoelens. Het is ijdele hoop om van hen te verwachten dat zij vanzelf wel met het pesten ophouden.
  32. Begeleiding van de pester: Uit onderzoek blijkt dat pesters fysiek en verbaal vaak sterker zijn dan hun leeftijdsgenoten. Ze zien hun slachtoffers als waardeloos, zijn agressief, hebben een gebrek aan zelfbeheersing en een positieve houding ten aanzien van geweld.
  33. De judoleraar biedt altijd hulp aan de gepeste en begeleidt de pester, indien nodig in overleg met de ouders en/of externe deskundigen.
  34. Stap 4 Bij herhaaldelijke ruzie/pestgedrag neemt de leraar duidelijk stelling en houdt een bestraffend gesprek met het pester. De fase van bestraffen treden in werking (zie hoofdstuk 5). Ook wordt de naam van de ruziemaker/pester vastgelegd in een verslag. Bij iedere melding omschrijft de leraar  ‘de toedracht’. De leraar en ouders proberen in goed overleg samen te werken aan een voor iedereen bevredigende oplossing.
  35. Stap 2 Op het moment dat de gepeste er niet uitkomt actief ingrijpen door de leraar.
  36. 3.2  Hoe te handelen bij (een vermoeden) van pestgedrag
  37. Het voordeel van het van te voren vastleggen van verschillende onderwerpen in een omgangsprotocol is dat iedereen nog blanco tegenover de situatie staat.  Leraren kunnen het pesten vroegtijdig signaleren door steeds bedacht te zijn op één van de genoemde signalen. Natuurlijk kunnen er ook andere signalen zijn die niet in dit lijstje opgenomen zijn. Wees hierop bedacht.
  38. Voor de budoka’s, maar ook voor de leraar zelf, is het essentieel dat zij te allen tijde een duidelijk aanspreekpunt hebben, bijvoorbeeld het bestuurslid jeugd of de trainingscoördinator. Belangrijk is ook, dat zij een dossier bijhouden van de gebeurtenissen en de daar aan gekoppelde acties.
  39. Allereerst is het belangrijk om met elkaar vast te stellen: welk gedrag wil je op je sportclub zien en wat doe je om dat ook voor elkaar te krijgen. Een bestuur bijeenkomst met coaches en ouders kan hier een goed middel voor zijn. De uitkomsten van dit overleg kunnen in een omgangsprotocol zichtbaar worden gemaakt op de website en door middel van posters in de dojo of elders in de accommodatie.
  40. Een sportclub kan helpen om pesten tegen te gaan. Het clubbestuur kan daarbij een belangrijke rol spelen. Daarvoor moeten zij eerst erkennen dat pesten een echt probleem kan zijn. Binnen een club is het goed, wanneer het bestuur samen met de judoleraren een beleid uitstippelt en in een protocol vastlegt. Het bestuur kent het algemene beleid, de leraar kent (wellicht) voorbeelden.